09/04/2019

Obituary | Bernard Binlin Dadié (1916-2019)

Blog / By Vamba Sherif
Bernard Binlin Dadié Bernard Binlin Dadié

[Dutch text below]

There was a time when African intellectuals, living primarily in France, felt it was necessary to respond to the overwhelming avalanche of philosophy, history, and other systems that continued to emphasize white superiority. Led by the poets Leopold Seda Senghor, Aimé Césaire and Léon Damas, they came up with an appropriate answer: Negritude, or being black. What better way to combat racism and deep rooted convictions than by using the same means as the oppressor? "Naked woman, black woman, clothed with your color which is life," Senghor sang about black women, one of the most famous lines about Negritude in his poem The Black Woman. What sounded barbaric to Western ears, such as the story of Chaka, who sacrificed his beloved Nolowie to the gods to defeat the white people, Senghor sang: "I wouldn’t have killed her if I had not loved her so much. Yet I had to escape from my doubts.” The idea to look at African history differently emerged out of this Negritude philosophy. With so many missing chapters and the lack of historical explanation simply because the historians, mostly white, did not really want to look at the facts, these gaps had to be filled by African historians. Such gaps as the origins of African languages and the history of Egypt.

Senegalese scientist Cheik Antah Diop, who was perhaps inspired by Negritude, argued on the basis of proven facts that Egyptian history was not Arabic or Western, but African, and that Egypt was first populated by black people. He was mocked, ridiculed and belittled, but his findings are now part of the ten-part General History of Africa.

It was this Negritude movement that also produced Dadié. His poem I thank you God is still being read everywhere. The poem sometimes evokes inconvenience, which in a nutshell is one of the criticisms of the Negritude movement. "A tiger doesn't show his tigritude. It pounces”, Soyinka, the first African Nobel Prize winner in literature, said. In his novel Bound to Violence, the Malian novelist and enfant terrible of African literature Yambo Ouologuem tried to take the romanticising of the African past into account. There was nothing romantic about the African past, he demonstrated in his novel. So it should be made to be so. But for many, even after all these years, Negritude remains a source of inspiration, pride and history – a way of life.

Dadié would therefore not be remembered as the writer of masterpieces such as the novel Climbié or the exquisite, refined and collection of ingenuous stories about the adventures of the famous Ananzi the spider, The Black Cloth, but as the writer of this poem:

I Thank You God

I thank you God for having created me Black,
For making of me
Porter of all sorrows,
Setting on my head
The World.
I wear the Centaur's hide
And I have carried the World since the first morning.

White is a colour for special occasions
Black is the colour for every day
And I have carried the World since the first evening.

I am glad
Of the shape of my head
Made to carry the World,
Content
With the shape of my nose
That must snuff every wind of the World
Pleased
With the shape of my legs
Ready to run all the heats of the World.
I thank you God for creating me black
For making of me
Porter of all sorrows.

Thirty-six swords have pierced my heart.
Thirty-six fires have burnt my body.
And my blood on all calvaries has reddened the snow,
And my blood at every dawn has reddened all nature.

Still I am
Glad to carry the World,
Glad of my short arms
of my long arms
of the thickness of my lips.

I thank you God for creating me black.
White is the colour for special occasions
Black the colour for every day
And I have carried the World since the dawn of time . . .
And My laughter over the World, through the night, creates the Day.

I thank you God for creating me black.

(Translated from French by John O. Reed & Clive Wake)

Vamba Sherif is a Liberian writer. He published 6 novels, some of which, like Bound to Secrecy, Land of my fathers, have been translated in English, French, Spain, German and other languages. Sherif lives in Groningen, the Netherlands.

*

Er is een tijd geweest dat Afrikaanse intellectuelen, voornamelijk in Frankrijk wonend, het noodzakelijk achtten om te reageren op de overweldigende lawine van filosofie, geschiedenis en andere systemen, die de witte superioriteit alsmaar blijven benadrukken. Onder leiding van de dichters Leopold Seda Senghor, Aimé Césaire en Léon Damas kwamen ze met een passend antwoord: Negritude, of zwart zijn. Hoe anders kun je racisme en de diep gewortelde vooroordelen bestrijden dan hetzelfde middel te gebruiken als dat van de onderdrukker? ‘Naakte vrouw, zwarte vrouw, je bent van een kleur gemaakt die liefde is,’ zong Senghor over de zwarte vrouw, een van de beroemdste regels uit zijn gedicht Zwarte vrouw. Wat in de ogen van de westerlingen barbaars klonk, zoals het verhaal van Chaka, die om de witte mensen te verslaan, zijn geliefde Nolowie aan de goden offerde, zong Senghor: ‘Ik zou haar niet gedood hebben als ik niet zozeer van haar gehouden had. Maar ik moest aan mijn twijfels ontsnappen.’ Uit deze Negritude filosofie zou het idee ontstaan om anders naar de Afrikaanse geschiedenis te kijken. Waar leemte aanwezig was, waar historische gebeurtenissen niet te verklaren waren, louter omdat de geschiedenisschrijvers, overwegend wit, niet echt naar de feiten wilden kijken, moesten deze leemtes door de Afrikaanse geschiedeniskundigen ingevuld worden. Zoals de leemtes over de oorsprong van Afrikaanse talen en de geschiedenis van Egypte.  

De Senegalese wetenschapper Cheik Antah Diop, misschien geïnspieerd door Negritude, betoogde aan de hand van bewezen feiten dat de Egyptische geschiedenis niet Arabisch of Westers was, maar Afrikaans. En dat de oorspronkelijke bewoners van Egypte zwarte waren. Hij werd bespot, belachelijk gemaakt en gekleineerd, maar zijn bevindingen maken nu onderdeel uit van de tiendelige Algemene Geschiedenis van Afrika.

Het was deze Negritude-beweging die ook Dadié voortbracht. Overal wordt zijn gedicht nog steeds gelezen. Het gedicht roept soms ongemak op, wat eigenlijk in een notendop een van de kritieken op de Negritude beweging is geweest. ‘Een tijger loopt ook niet rond zijn tigritude te etaleren. Hij valt aan,’ zei Soyinka, de eerste Afrikaanse Nobelprijswinner van literatuur. Yambo Ouologuem, de Malinese schrijver en de Enfant terrible van de Afrikaanse literatuur, probeerde in zijn roman Het recht van geweld af te rekening met het romantiseren van het Afrikaanse verleden. Er was niks romantisch aan. Maar Negritude blijft voor velen, ook na al die jaren, een bron van inspiratie, trots en geschiedenis – a manier van leven.

Dadié zou daarom niet herinnerd worden als de schrijver van meesterwerken als de roman Climbié of de uiterst met veel vernuft en genialiteit geschreven verhalenbundel over de avonturen van de beroemde Ananzi de spin, Zwart kleed, maar als de schrijver van dit gedicht:

Ik dank u God

Ik dank u God me Zwart te hebben geschapen,
dat u mij maakte
tot som aller pijnen,
neergelegd op mijn hoofd,
de Wereld.
Ik draag de huid van de Centaur
En ik draag de Wereld vanaf de eerste ochtend.
Het wit is een gelegenheidskleur
Het zwart, de kleur van alle dagen
En ik draag de Wereld vanaf de eerste avond.
Ik ben blij met de vorm van mijn neus,
met de vorm van mijn hoofd,
gemaakt om de wereld te dragen
Blij
met de vorm van mijn neus
die alle wind van de Wereld moet opsnuiven
Gelukkig
met de vorm van mijn benen
klaar om alle wegen van de Wereld te gaan.
Ik dank u God mij Zwart te hebben geschapen,
dat u van mij gemaakt hebt
de som van alle pijnen.
Zesendertig zwaarden hebben mijn lichaam doorboord.
Zesendertig vuren hebben mijn lijf verbrand.
En mijn bloed op alle kruiswegen heeft de sneeuw roodgekleurd.
En mijn bloed aan alle hefbomen heeft de natuur roodgekleurd
Toch ben ik
blij de Wereld te dragen
blij met mijn korte armen
met mijn lange armen
de dikte van mijn lippen

Ik dank u God me Zwart te hebben geschapen,
Het wit is een gelegenheidskleur
Het zwart de kleur van alle dagen
En ik draag de Wereld sinds de dageraad der tijden.
en mijn lachen om de Wereld, ’s nachts, de dag geschapen
Ik dank u God me Zwart te hebben geschapen.