Met haar autobiografische debuut Om het hart terug te brengen trok de Zuid-Afrikaans/Nederlandse schrijfster Annemarié van Niekerk al volop aandacht. Ook in haar onlangs verschenen roman De strafstoel vormt Zuid-Afrika het decor. 

In dit verhaal reist Ada, de hoofdpersoon, terug naar haar geboortestreek, het denkbeeldige Bloukoeniekraal aan de mond van de Goukourivier, waar ze opgroeide op een boerderij omgeven door tweeduizend hectare eigen grond. Nu logeert zij aan 'die oorkant', de titel van de tegelijkertijd in het Afrikaans verschenen roman, met uitzicht op het geboortehuis. Ze is te gast bij Mel, een jeugdvriendin en nu milieuonderzoeker die in dit gebied het kwetsbare ecosysteem in kaart brengt. Mel stamt af van de oorspronkelijke bewoners van het land, de Khoi en San.

De vriendschap tussen de bruine Mel en de witte Ada ontstond in de tijd van apartheid. Wat destijds grensde aan een daad van verzet tegen de tot in alle hoeken van de samenleving doorgevoerde segregatie, is vandaag in het vrije, van alle racistische wetgeving bevrijde Zuid-Afrika beladen met breuklijnen, aangericht door een misdadig systeem. 'Eigenlijk heb ik altijd al vermoed dat je het mij kwalijk neemt dat ik wit ben', werpt Ada haar vriendin voor de voeten. Maar als ze op uitnodiging van Mel een ontmoeting met oudere bruinmense bijwoont, verzucht ze: 'Ik ben hier de enige witte persoon en moet oppassen dat mijn terughoudendheid niet verkeerd begrepen wordt. Waarom ben ik niet thuisgebleven?'

Maar ook Mel voelt zich buitenstaander. 'Ze zien me niet meer als een van hen. De oudere generatie kan niet accepteren dat er jongere mensen zijn, wij bijvoorbeeld, die van buitenaf komen en met een andere blik naar onze herkomst kijken, maar die ook hun best doen daarvan zoveel mogelijk te behouden.'

Tyrannieke vader

Ada wil tijdens de retraite werken aan een boek over haar jeugd, waarin een tirannieke vader, Esias, zijn gezag met harde hand afdwingt. Er is een moeder die met regelmaat verdwijnt, ook ná de dood van haar man. Vera, schrijft Van Niekerk over de moeder, was 'net een vreemde die even op bezoek kwam'. Het is blijkbaar vanzelfsprekend dat Janna, de gekleurde hulp, de zorg voor het gezin dan overneemt. Maar net als Vera grijpt Janna niet in als de vader – een man getekend door het verlies van een verdronken kind en de gruwelijkheden van een ‘grensoorlog’ die apartheid-Zuid-Afrika met vrijheidsbewegingen in de buurlanden uitvocht – zijn zoon mishandelt en zich aan zijn dochter vergrijpt. Tot een even noodlottige als bevrijdende dag. Maar zoveel jaren later weet Ada dat de pijn zich als een 'gezwel met zijn lange tentakels door mijn leven heeft gewrongen, met uitzaaiingen op allerlei onverwachte plekken'. 

In De strafstoel ontbreken scènes vol wreedheid en misbruik. Het is de suggestie die in deze roman een sfeer van ultieme beklemming oproept. Het kwaad zit verborgen achter de wonderlijke schoonheid van de Zuid-Afrikaanse flora en fauna met creoolse namen die als poëzie op de tong smelten: aandgonna en bietou, bokhoorn en blinktaaibos, dronkbesjes en dawidjeswortel, hondgezicht, kapkopje, krulletje en kaneeltje, koggelmandervoet, numnum, vaalbliksembos

De strafstoel overtuigt. Het is een gelaagd, aangrijpend en stilistisch zeer knap geschreven verhaal. Het laat een typisch Zuid-Afrikaanse worsteling met het verleden zien, maar de roman overstijgt het lokale waar het gaat om de doorwerking van traumatische herinneringen.