Sinds Abdulrazak Gurnah in 2021 de Nobelprijs voor de literatuur kreeg, is een nieuwe roman van hem een internationale gebeurtenis. Theft is weer een typisch Gurnah-werk. Het boek kwam uit in 2025 en begin dit jaar in paperback. Gurnah werd in 2021 opeens wereldwijd bekend, tot zijn eigen verbazing. Hij bleek een bescheiden man, die verfijnde romans schreef voor een kleine schare liefhebbers. Ik had nog niets van hem gelezen toen hij de Prijs kreeg, pas daarna haalde ik mijn achterstand in. Niet meer onbevangen, maar met in het achterhoofd de grote vraag: 'waarom is wat ik lees een Nobelprijs waard?'. 

Ook in Theft hangt een heel eigen sfeer. Hoe Gurnah dat doet is raadselachtig: zijn romans zijn bijna voortkabbelende vertellingen, die je in een prettige stemming brengen. Aangenaam is een kwalificatie die zich bij me opdringt. Net als het echte leven: het gaat voort, neemt af en toe onverwachte wendingen, maar morgen is er weer een dag. Geen echte plot, geen grote verwachtingen over de afloop, geen spanning, weinig hoogoplopende emoties ondanks de soms heftige gebeurtenissen in de levens van de romanpersonages.

Die personages zijn de stille kracht van Gurnahs schrijfkunst. Hij beschrijft ze in detail, geeft terloopse typeringen, en de gebeurtenissen geven de personages reliëf. Hij koestert ze allemaal zo, dat je vaak niet goed weet wie de hoofdpersoon is. Anders gezegd: Gurnah kan een geliefde 'hoofdpersoon' zo laten vallen en zijn aandacht op een ander personage richten. 

Web van familiebanden

Theft is een ingewikkeld web van familiebanden en vriendschapsrelaties, scheidingen en overspel. In  het eerste deel leef je mee met de mooie, jonge vrouw Raya en later haar zoon Karim uit een gearrangeerd huwelijk met een oudere, gescheiden man. Als Raya is weggelopen en met een nieuwe echtgenoot verhuist van Zanzibar naar Dar es Salaam, verschuift het perspectief zo maar naar een geadopteerde jongen, Badar.  

De valse en gemene beschuldiging van diefstal (de 'Theft' uit de titel) verstoort Badars gelukkige leven in het gezin. Hij wordt weggestuurd naar familie op Zanzibar. Het eenzame buitenbeentje zonder eigen familieverhaal vindt zijn plek in een hotel als receptionist. En bij Raya's zoon Karim die zich daar vestigt met een vrouw. Raya zelf verdwijnt volledig naar de achtergrond. 

Zo samengevat lijkt het of er heel wat gebeurt, maar het lukt Gurnah met zijn afgewogen, zorgvuldig geformuleerde zinnen een zekere lome sfeer te behouden. Ik vind het vaak wel jammer dat hij mooi opgebouwde verhaallijnen gewoon loslaat, zoals met Raya, maar het geeft zijn werk wel een geheel eigen karakter.

O ja, die vraag over de Nobelprijs: die was ik eenmaal ondergedompeld in de roman helemaal vergeten.