Wim Bossema

Favoriet | A Man of the People van Chinua Achebe

Het eerste boek dat je leest uit een onbekend literatuurgebied laat de diepste herinnering achter. Chinua Achebe is niet de lievelingsschrijver van Wim Bossema, maar Achebes roman A Man of the People opende een nieuwe wereld vol prachtige boeken voor hem.

 


Zou ik anders tegen Afrika hebben aangekeken als niet toevallig de eerste Afrikaanse roman die ik las A Man of the People van de Nigeriaanse schrijver Chinua Achebe was geweest? Hoogstwaarschijnlijk wel.

Bij vele Afrikaanse politici in het nieuws moet ik meteen denken aan Chief the honourable M.A. Nanga, M.P., de doortrapte minister uit Achebes boek, die iedereen charmeert. En aan die slapjanus van een Odili, de ik-figuur in Achebes satire over de Afrikaanse democratische politiek in de eerste jaren na de onafhankelijkheid.

Achebe had het goed voorzien. A Man of the People verscheen in 1966, maar de verhalen over recente verkiezingen in Afrikaanse staten lijken zo uit Achebes roman te zijn geplukt. Die politici doen aan vriendjespolitiek, trekken stamgenoten voor en graaien zoveel bijeen als ze kunnen in de tijd dat ze de macht hebben. Het herlezen van de roman is een feest der herkenning.

Bij tweede lezing blijkt het bovendien een humoristisch werk! Als scholier had ik wel moeten grinniken, maar mij was toch vooral de ontluistering over die veelbelovende jonge naties in Afrika bijgebleven.

Ik had het boek begin jaren zeventig onverwacht gevonden tussen de Engelse literatuur in de bibliotheek van Groningen. Leuk voor mijn lijst Engels. Afrikaanse literatuur was toen nog nauwelijks doorgedrongen tot Nederland. A Man of the People verscheen pas in 1989 in vertaling als Een zoon van zijn volk.

Achebe legt met bijtend sarcasme het eigenaardige spel van de schijndemocratie bloot

 

Toch is A Man of the People geen cynisch boek, zoals later wel veel Afrikaanse romans doordrenkt waren van zwartgalligheid en uitzichtloosheid. Achebe legt met bijtend sarcasme het eigenaardige spel van de schijndemocratie bloot, maar blijft tamelijk luchtig.

Hij spaart niemand. Nanga is een schurk, maar Odili neemt het bij verkiezingen toch vooral tegen hem op uit wraakgevoel om een afgepikt vriendinnetje. Het wereldje van de westerse hulpverleners maakt Achebe op een rake manier belachelijk: ze zijn dol op Afrika, maar hebben eigenlijk een hekel aan Afrikanen. De intellectuelen die een oppositiepartij oprichten, worden door de gewone mensen met argwaan bekeken: meer van hetzelfde, opportunisme, eigenbelang. En niet zonder reden. Bij zijn typering van die houding van de ‘gewone burgers’ raakt Achebe nog het dichtst aan cynisme: ze laten alles over hun kant gaan, halen hun schouders op, zijn nergens warm voor te krijgen. En dat vindt hij uiteindelijk toch ook een vloek voor Afrika.

Bij het verschijnen sloeg A Man of the People in als een bom. Achebe werd gezien als de vader van de moderne Afrikaanse literatuur, met zijn meesterwerk Things Fall Apart. Zijn eerdere romans gingen over de ontworteling van de traditionele Afrikanen onder het kolonialisme en de moeilijke overgang naar de moderne tijd. Zijn trilogie daarover gold als een bouwsteen voor het nieuwe nationale gevoel van trots na de onafhankelijkheid. Overal in de jonge Afrikaanse naties werden die boeken op school gelezen en behandeld.

A Man of the People eindigt bijna achteloos met een militaire coup. Het boek was nog niet uit of de militairen grepen in het echt de macht in Nigeria. Achebe werd verdacht van voorkennis. Hij beschrijft die bizarre episode meeslepend in zijn memoires There Was A Country (2012), over de mislukte afscheiding van Biafra in de gruwelijke Nigeriaanse burgeroorlog.

Militaire staatsgrepen werden de trend in Afrika in 1966. Na een paar jaar democratie veranderden de meeste Afrikaanse landen in dictaturen; pas na 1990 keerde de democratie terug. Met veel fouten van vroeger, en met de wonderbaarlijke wedergeboorte van personages als Chief Nanga en Odili uit het boek.