Ernestine Comvalius, Bram Posthumus, Niels Faber

Favorieten kort | Emecheta, Marechera, Achebe

Een blog met korte aanprijzingen van favorieten uit de African Writers Series. Geschreven door deelnemers aan de ZAM Boekenclub. Stuur ons ook zulke korte teksten met uitleg waarom een roman je in het bijzonder aansprak. Zo vormen we een leeslijst.

The Slave Girl van Buchi Emecheta

Ernestine Comvalius, oud-directeur van het Bijlmer Parktheater.

The Slave Girl van Buchi Emecheta kwam uit in 1977, toen ik net 23 jaar oud was. Voor mij was het de eerste roman die ik las geschreven door een Nigeriaanse vrouw. Emecheta gaf mij een boeiende en genuanceerde inkijk in het leven in een West-Afrikaans land ten tijde van de kolonisatie. Buchi Emecheta schrijft evocatief en werkt haar personages zo goed uit dat ik na 40 jaar nog een beeld heb van de hoofdpersonen die indruk op mij hebben gemaakt.
De jonge Ojebeta is verkocht als slavin door haar broer aan een rijk familielid, nadat haar ouders zijn overleden. Haar vader Okwekwu, die zich in een goed blaadje bij de Britse overheersers wist te manoeuvreren en een koerier van de rechtbank werd, kreeg de bijnaam Oda omdat hij ‘Order’ niet kon uitspreken. Dat is mijn eerste herinnering aan het boek. Ik herinner me ook hoe Ojebeta’s karakter zich ontvouwt. Ondanks het harde leven als slavin bij de familie, blijft ze alert, observeert de gewoonten van de meer gegoede mensen en ontvlucht op een bepaald moment de slavernij.
Met dit boek las ik voor het eerst over de complexe samenleving in Nigeria, de botsing tussen stad en binnenland, tussen de verschillende klassen en daar doorheen de inmenging van westerse koloniale mogendheden.
Emecheta zet zich met het boek ook af tegen Nigeriaanse tradities die onderdrukkend zijn voor vrouwen.
Wie denkt dat zij zicht tot het westerse feminisme bekeerde, komt bedrogen uit. In een lezing in de Balie * in 1984 zegt ze op provocatieve wijze:
‘Please my white sister. Ga terug naar de schoot van moeder Afrika en leer opnieuw wat het betekent om vrouw te zijn.’

In 1983 is ze in Groot-Brittannië uitgeroepen tot de een van de twintig beste jonge auteurs van dat jaar.

* Artikel in Trouw door Lieke van Duin: ‘Buchi Emecheta zet zich af tegen blank feminisme.’
september 1984.

 

House of Hunger van Dambudzo Marechera

Bram Posthumus, journalist.

Wat wist ik van de Zimbabwaanse literatuur toen ik ging werken als docent Engelse taal en literatuur in een afgelegen school in Zimbabwe, tegen de grens met Mozambique? Weinig tot niets. De missieschool waar ik was geplaatst stond - net als het curriculum - nog vol met 19de eeuws werk uit het zuiden van Engeland. Daar moest de bezem door.

Er bleek genoeg voorhanden. Meestal waren het simpele maar effectieve lineaire vertellingen over de Chimurenga (de bevrijdingsoorlog van 1965 tot 1980 tegen het witte Rhodesische apartheidsregime). Dit was de wereld van mijn leerlingen. Sommigen waren al ouder en hadden zelf meegevochten, anderen hadden broers en zussen in The Struggle gehad.

De literatuur bleek, in het algemeen, nogal...keurig. Tot ik in een boekhandel The House of Hunger tegenkwam. De foto van de schrijver intrigeerde me. Niet geschoren en redelijk strak in het pak maar met een intense blik onder beginnende dreads. Dambudzo Marechera.

 'I got my things and left.' Vanaf de eerste zin zit je in een duizelingwekkende dollemansrit. Alcohol, geweld, armoede, seks. Marechera beschreef in compromisloos maar glashelder èn gecontroleerd proza het rauwe leven in een township. Deze zwarte woonoorden waren het resultaat van dezelfde racistische koloniale planning die sommige van mijn leerlingen ertoe had gebracht de wapens op te nemen tegen de Rhodesiërs, die hen dit ellendige systeem hadden opgelegd.

Ik heb Marechera's boek in een rondzendbrief toen eens omschreven als 'een vuistslag tussen de ogen'. Dat is het wat mij betreft nog steeds.

Over Marechera's leven en vroegtijdige dood (hij werd 35) leerde ik pas veel later iets. Maar hij en later de al even compromisloze en ook al veel te vroeg gestorven Yvonne Vera blijven voor mij de absolute wegbereiders van die nieuwe, onvervreemdbaar Zimbabwaanse literaire stem.

 

Things Fall Apart van Chinua Achebe

Niels Faber, historicus.

Nr. 1 in de serie is nog steeds mijn persoonlijke nummer 1: Things Fall Apart van Chinua Achebe! Via deze 'vader van de Afrikaanse literatuur' kwam ik in contact met wonderbaarlijke auteurs als Maryse Condé (Ségou), J.M. Coetzee (Disgrace) en Chimamanda Ngozi Adichie (Half of a Yellow Sun).

Ik stuitte door het lezen van Achebe op de rijkdom aan culturen in Nigeria. In het besef dat ik niks van dit gigantische land wist, ben ik op onderzoek uitgegaan. Ngozi Adichie zorgde vervolgens voor meer kennis en besef van de cultuur en historie in Nigeria door de context van de burgeroorlog te schetsen.
Ik werd tevens getriggerd door de flirt met het magisch realisme in het werk van Achebe, iets waarmee García Marquez me al had verwonderd. Toen ik dit besprak met een studiegenoot die terugkwam van een stage in Ghana raadde hij mij Condé aan, Ségou past perfect in die traditie.

Een opdracht voor een vak van mijn geschiedenisopleiding over beeldvorming leidde ertoe dat ik het ‘Afrika’ van Joseph Conrad ging vergelijken met moderne Afrikaanse schrijvers.  Ik wilde me al specialiseren in het kolonialisme in de Amerika’s en door kennis te maken met de diversiteit en rijkdom van West-Afrika heb ik mijn vakgebied uitgebreid naar de Trans-Atlantische geschiedenis, inclusief thema’s als piraterij en slavernij. Door het lezen van Afrikaanse literatuur leer je context kennen en deze thema’s vanuit verschillende perspectieven beter doorgronden.